zondag 21 oktober 2012

Verhaalanalyse

Introductie van het fabelschema
In mijn vorige blog is de paradigmatische analyse (beeld, montage, geluid) behandeld, deze keer komt de syntagmatische analyse (het verhaal) aan bod. Ter inleiding kom ik weer terug op het teken-object schema. Hieronder is dit schema aangepast op verhalen (H. van Driel, persoonlijke communicatie, oktober 22, 2012):


De stippellijn houdt wederom in dat dit nooit een rechtstreekse verbinding kan zijn, maar dat het altijd noodzakelijk is één of meerderde tekens te gebruiken. Je zou kunnen zeggen dat sommige dingen gewoon 'feiten' zijn, en dus niet meer aangetoond hoeven te worden door middel van een teken. Bijvoorbeeld: 'Ik ben geboren', is een feit. Maar dit feit schrijf ik nu op door middel van taal, het teken. Ik zou het ook kunnen bewijzen aan de hand van een geboortekaartje, maar dit is dan ook een teken. Kortom, ook feiten hebben tekens nodig om op te staan.

In het verhaalschema zien we onder 'teken' twee nieuwe begrippen staan: sujet en style.
Het sujet houdt datgene in dat wordt afgebeeld. Wanneer je dit omschrijft, ben je eigenlijk aan het interpreteren, iedereen kijkt namelijk op een andere manier naar een beeld. Vraag bijvoorbeeld drie verschillende mensen een film na te vertellen, en je krijgt drie verschillende verhalen. Het sujet is herhaalbaar; je kunt het terugkijken (bijvoorbeeld terugspoelen op video of dvd). De sujet is hiermee gekoppeld aan de kijker.

De style is alles wat met instrumentatie te maken heeft. Welke techniek is gebruikt, welk materiaal en welke cameraposities? De style hoort hierdoor  bij de maker.

De fabel of ook wel fabula genoemd, is de reconstructie op basis van de aangeboden beelden en geluiden door de kijker wat zich zou kunnen hebben afgespeeld. De fabel bestaat dus niet binnen de tekst. De fabel verschilt ook weer per persoon, alhoewel de verschillende vertellingen wel dicht bij elkaar kunnen liggen, omdat we ook gemeenschappelijke ervaringen bezitten. De fabelrecontrustie wordt gemaakt in logische, dan wel chronologische volgorde.

Drie verschillende vertelwijzen
Bordwell geeft ons vijf verschillende vertelwijzen (H. van Driel, persoonlijke communicatie, oktober 22, 2012), waarvan ik er drie ga toelichten.

De eerste is de klassieke vertelwijze. De constructie van deze vertelwijze is linear: het verhaal is overzichtelijk, oorzaak- en gevolgconstructies zijn helder. De montage die gebruikt wordt bij de klassieke vertelwijze is gestructureerd en gaat volgens een bepaald patroon. Wanneer bijvoorbeeld een persoon een identiteit krijgt (zijn levensverhaal vertelt), wordt deze persoon in close-up getoond. Ook de muziek gaat volgens een vast patroon, deze zal meestal beginnen bij het begin van een bepaalde actie. De sujetstructuur van de klassieke vertelwijze kenmerkt zich door twee verhaallijnen: een (hetero-seksuele) liefdesgeschiedenis en een parallel lopend verhaal. Beiden verhaallijnen bevatten een conflict (bijvoorbeeld: twee mensen kunnen niet bij elkaar zijn), veroorzaakt door het streven naar de oplossing van een probleem, raadsel of verlangen (ze zijn verliefd en willen graag bij elkaar zijn). Het is voorspelbaar hoe een klassiek verhaal eindigt.

De tweede vertelwijze is de Art cinema vertelwijze. Dit zijn de paar jaar geleden zogenoemde 'filmhuis films' of ook wel de 'VPRO films'. De films zijn niet altijd gemakkelijke kost, maar zijn films die je aan het denken zetten, waar over nagepraat wordt. Ze bevatten geen duidelijke causale verbanden tussen gebeurtenissen, maar wel vloeiende overgangen tussen de objectieve en subjectieve werkelijkheid. De nadruk van de art films ligt op de toevallige samenloop van omstandigheden. Ze bestaan vaak uit losse fragmenten en hebben meestal een open einde. De verteller van de films is niet alwetend en niet betrouwbaar. Hij toont de werkelijkheid zoals deze ervaren wordt door de personages. Daarom wordt de artfilm ook wel gekenmerkt door de nadruk op de 
aanwezigheid van de camera en de experimenten met licht, kleur, geluid en de montage. 

De parametrische vertelwijze is de derde variant. Dit is een experimentele, vervreemde film. Het sujet wordt gedomineerd door de style, en staat dus niet in dienst van de fabelconstructie. De nadruk wordt op de vormgeving gelegd, niet op het verhaal. Het is moeilijk een patroon te ontdekken in de style. Hiervoor heb je ervaring en een andere manier van kijken nodig: niet gericht op de fabel, maar gericht op herkenning van de stijl. 
Vaak zorgen deze films voor een soort trance-achtig gevoel. 

Een syntagmatische analyse
De scène die ik ga analyseren komt uit de film 'The Notebook'. De film komt uit 2004, maar speelt zich af tussen 1946 en ongeveer 1996. Het verhaal gaat over Allie en Noah. Allie Hamilton, een rijk 17-jarig meisje, brengt haar zomer door in Seabrook, waar ze Noah Calhoun ontmoet. Noah werkt op een houtzagerij met Fin, de vriend van Allie's goede vriendin Sarah. Noah ziet Allie op de kermis en wordt direct verliefd op haar. Deze kermisscène is de scène die ik ga analyseren. 

De kermisscène: 





The Notebook is een typische Hollywood film, en de klassieke vertelwijze is dan ook goed terug te zien in deze film. Allereerst is de Notebook een liefdesverhaal van twee mensen die niet bij elkaar kunnen zijn. Hierom ontstaat er een conflict, maar zoals je al kunt voorspellen, komen de geliefden toch weer bij elkaar uit. Het verhaal is chronologisch opgebouwd, waarvan deze scène het begin is. 

Ook in deze scène is de montage gestructureerd. We zien twee jongens op de kermis, waarvan er één een leuk meisje spot. Noah is erg onder de indruk van Allie, en dit wordt dan ook versterkt door de montage. De camera laat het lachende jongedame steeds in close-up zien, waar Noah (op medium camera afstand) dromerig naar staat te kijken.  Ook de vastberaden ondeugende blik van Noah, wanneer hij het idee krijgt op het reuzenrad in te springen, wordt in close-up getoond. Door middel van de close-ups worden de emoties versterkt. De camera stand en bewegingen zijn afhankelijk van de personages: iedere keer staan de personages centraal in beeld, en wordt er op ooghoogte gefilmd. 

Onder de gehele scène staat een geluidsbandje met kermisgeluiden, omdat de scène zich op de kermis afspeelt. De muziek geeft een speelse, vrolijke en ouderwetse (het is duidelijk dat de scene zich al een paar jaar geleden afspeelt, niet in het nu)  sfeer. De muziek begint rustig. Wanneer Noah Allie ziet, beginnen er trompetten een vrolijk deuntje te spelen. Ook het moment waarop Noah besluit het reuzenrad in te springen, zijn de trompetten duidelijk aanwezig. Op momenten van conversatie zijn de trompetten stil en zijn de achtergrond geluiden rustig. 

Bronnen

Favscenes1. (2009, september 2009). The Notebook : Noah meets Allie [Video file]. Verkregen via http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=1gDTFygaSws

  

woensdag 3 oktober 2012

Een paradigmatische analyse

Hoe bewust ben jij?
Heb je ook wel eens meegemaakt dat je diep in gedachten verzonken was, en dat er ineens iemand naast je voor je gezicht zit te zwaaien? Je was even in je eigen denkwereld, en je er niet bewust van dat je voor je uit aan het staren was. Je zou je bewust kunnen zijn van het staren, immers wanneer iemand je erop wijst door voor je gezicht te zwaaien wordt je je hier bewust van. Er zijn dus eigenlijk drie soorten van bewustzijn (Van Driel, persoonlijke communicatie, oktober 1, 2012): niet bewustzijn, voorbewustzijn (je zou het kunnen zijn) en bewustzijn. Alhoewel niet bewustzijn een lastige term is, je kunt je immers van vrijwel alles bewust maken.

Bij televisie en film is geluid het aspect waar we ons het minst bewust van zijn. De achtergrondmuziek missen we pas, wanneer deze er niet meer is. Hiermee is geluid een typisch voorbeeld van voorbewustzijn: we zouden ons er wel bewust van kunnen maken, bijvoorbeeld door middel van een analyse.

Paradigmatische & syntagmatische analyse
We kennen een aantal verschillende analyses in de semiotiek. Een eerste is de pragmatische analyse, die zich bezich houdt met de betekenis. Een tweede is de referentiële analyse, die zich richt op de referent. De derde analyse, waar ik vanaf nu verder op doorga, is de paradigmatische/syntagmatische analyse. Deze analyse bevat een nauwkeurige beschrijving van het teken.

Bij de paradigmatische kant van de analyse analyseer je het beeld, de montage en het geluid van het fragment, oftewel de buitenkant. De binnenkant, de inhoud, behandel je in het syntagmatische deel van de analyse. We zouden hierop de theorie van Peirce weer kunnen toepassen. Het paradigma, de reeks aan mogelijkheden, valt onder firstness. Het syntagma, de combinatie van de keuzes, is secondness.

The Bourne Ultimatum
Ik ga de paradigmatische analyse toepassen op een filmfragment van 'The Bourne Ultimatum'. De film is het derde deel in de Bourne-reeks na 'The Bourne Identity' en 'The Bourne Supermacy'. Dit fragment bevindt zich aan het begin van de film. Onderweg naar Parijs leest Bourne een artikel in 'The Guardian' waarin journalist Simon Ross hem omschrijft als een CIA-agent. Bourne nodigt Simon Ross daarom uit op Station Waterloo in Londen. Ross blijkt echter zonder het te weten onder toezicht van de CIA te staan. Bourne merkt de aanwezigheid van de agenten op het station op en probeert Ross te agenten te laten ontwijken. Hij stopt ongemerkt een prepaid mobiele telefoon in zijn jaszak waardoor hij instructies geeft. 


Het fragment begint met Bourne in beeld. Hij bevindt zich op het station. Het is er druk, rumoerig. Bourne loopt, en de camera schudt mee in zijn looptempo. We zien de iets wat angstige en gespannen journalist Ross. Bourne geeft hem de instructie zijn schoen te strikken, zodat hij niet gespot wordt door de agenten om hem heen. Wanneer Ross dus omlaag duikt om dit te doen, beweegt de camera mee omlaag. Op dit moment begint duidelijk spannende muziek. Deze muziek is vrij duidelijk aanwezig, maar is wat zachter wanneer iemand iets zegt.

Alle shots zijn neutraal, niet vanuit het zichtveld van een persoon. De camera laat overal 'mogelijke' agenten zien, waarvan Ross vermoedt dat ze hem achterna zitten. Ook laat de camera duidelijk het draaien van de beveiliginscamera zien. Een cruciaal punt, want Bourne wacht hierop zodat Ross door kan lopen. De camera beweegt van Bourne naar de beveiligingscamera en switcht dan weer naar Ross. We zien hier eigenlijk twee omgevingen: de omgeving van Bourne en de omgeving van Ross, die samenkomen wanneer Bourne en Ross aan elkaar voorbij lopen.

Er wordt een ruimte getoond met agenten achter beveiligingscamera's. De sfeer is heer hectisch, dus de camera beweegt ook hectisch: hij wisselt snel en een beetje chaotisch tussen de hoofdagent en de rest van de ruimte. Iedere keer wanneer de hoofdagent een bevel geeft, staat de hoofdagent in close-up. 

De camera laat ons steeds zien waar Bourne naar toe kijkt. Zo laat de camera bijvoorbeeld een beveiligingscamera bij het informatiebord zien en geeft hiermee aan dat Bourne alle beveiligingscamera's om zich heen in de gaten houdt. Bourne wil Ross langs de camera's heen leiden zodat de agenten hem niet zien, maar Ross schrikt van een 'verdachte' vuilnisman, rent weg en wordt dan gespot door een beveiligingscamera. Hierna wordt het hele scherm blauw en onscherp, alsof je echt door deze beveiligingscamera kijkt (een beveiligingscamera perspectief). 

De ruimte met de agenten wordt weer getoond. Zij zien Ross ook. Vanaf hier verandert de muziek: de muziek wordt wat hoger. Dit zorgt voor een nog meer spannende sfeer. Het geeft aan dat 'het' nu gaat gebeuren allemaal. 

We zien een overshoulder-shot van Ross, wat het idee geeft dat hij achtervolgd wordt (wat in principe ook zo is, namelijk door ons;)). 

Er loopt een agent een trap op, maar dit shot wordt van onderen gefilmd. We zien alleen zijn benen. Dit geeft nog meer het effect dat de agent omhoog loopt, en we zien ook hoe dreigend hij zijn passen zet. Eenmaal boven zien we zijn gezicht in een close-up. Hij heeft een strijdgezicht, hij is klaar voor de actie. De muziek is hier wat zwaarder. 

Hierna volgt een medium long shot van Ross, waarin de camera naar rechts beweegt en we zien dat de agenten hem op de hoede zitten. Bourne houdt het allemaal in de gaten op afstand, hij staat tussen de menigte. Nu wordt Ross van voren gefilmd, waardoor we weer zien dat iemand hem volgt. We zien Bourne van voren, gevolgd door een overshouldershot. Bourne lost de achtervolger van Ross af. Het lijkt erop dat Bourne de achtervolger neersteekt en hij zet hem op een bank neer. Wanneer hij dit doet, beweegt de camera mee omlaag, en als de man zit beweegt de camera weer omhoog naar Bourne. Dit versterkt het neerzetten en aflossen van de achtervolger. Hierna zien we Bourne weer van verschillende kanten: eerst van voren, daarna overschoulder en als laatste in een close-up. 

Ross vlucht op orders van Bourne een winkel in, waar hij door een deur gaat. Er volgt een medium long shot van een agent. Twee agenten rennen naar de deur, en op dit moment wordt de muziek weer wat hoger, wat de spanning ook verhoogt. De deur klapt net op tijd dicht, waardoor de agenten er niet meer door kunnen. 

Ik heb tot en met 1:54 minuut het fragment geanalyseerd, omdat hier een nieuwe scène begint en er genoeg te analyseren was in dit stukje. Wellicht pas ik mijn analyse nog aan wanneer ik meer kennis heb over het analyseren van films. 

Bronnen
Movieclips. (2011, mei 2011). The Bourne Ultimatum (2/9) Movie CLIP - Ross and Waterloo (2007) [Video file]. Verkregen via http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=DUd5RPVDjPY


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.


zondag 30 september 2012

In de spiegel kijken

In deze blog zal ik een zelfevaluatie geven over mijn hele blog tot nu toe. De collegestof van college 5 en tussenopdracht 2 zal ik in één blog verwerken voor volgende week, dat vind ik overzichtelijker. 

Van hobby naar verplichting
Ik ben erg enthousiast begonnen aan het schrijven van de eerste blog. De blog was ruim voor de deadline af, ik had er zin in en de informatie waarover ik schreef vond ik erg interessant. Ik moet eerlijk toegeven dat dit wel een klein beetje is afgezwakt. De stof vind ik nog steeds boeiend, maar het schrijven van de blogs schiet er soms een beetje bij in. We zitten nu al weer een aantal weken verder in het collegejaar, dus ook in het studentenleven en dat eist zijn tol voor de energie die ik steek in mijn blogs. Het komt er nu eigenlijk op neer dat ik 'maar even een half uurtje ergens vrij moet maken om die verplichte blog te schrijven'. Dit vind ik jammer en ik merk het ook in mijn resultaten. 

Wat er uiteindelijk van terecht kwam
Mijn resultaten lopen eigenlijk met de blogs chronologisch van 'sterk' naar 'het is genoeg'. Over mijn eerste blog ben ik heel tevreden. Ik vind dat ik in deze blog de collegestof heb toegepast, vanuit een andere visie en met nieuwe bronnen. Ook blog twee vind ik niet slecht van mezelf, al vond ik wel saai dat ik bronnen van de docent heb gebruikt (puur uit noodzaak, ik kwam niets meer passend tegen), omdat ik liever bronnen gebruik die misschien nog niet bij de docent bekend zijn. Blog drie en vier zijn niet superslecht, maar hier is wel de tijdnood in terug te zien. Wat ook meespeelde is dat ik het lastig vond om bij college drie zelf nog bronnen of kritische reflecties te geven. De stof was namelijk best pittig. Over het algemeen vind ik wel dat ik enigszins boeiend geschreven heb, op een juiste manier tussenkopjes heb toegepast en goed gebruik heb gemaakt van afbeeldingen en video's. Ik heb iedere keer toch mijn best gedaan om het prettig leesbaar te maken. 

Schommelaar
Ik vind mezelf geen gehele imitator, omdat ik nieuwe bronnen toevoeg en met een kritisch oog naar de collegestof kijk. In de laatste twee blogs is het echter wel iets anders geweest. Hier heb ik me een beetje gehouden aan het economy principle: met minimale inzet maximaal resultaat halen. Onder maximaal versta ik hier 'voldoende'. Deze schommeling tussen een 'nerd-houding' en 'de zesjes-cultuur' zie ik terug in mijn hele studie, waardoor ik vrijwel altijd eindig met een zeven. Het cijfer dat ik mezelf zal hier dan ook niet vanaf wijken: ik geef mezelf een zeven. Ik wil wel, maar het lukt me niet altijd. Dat is misschien ook een goede omschrijving van hoe ik in elkaar zit. En eigenlijk vind ik het ook wel lekker zo. Ik mag tevreden zijn met een zeven, en ondertussen tevreden zijn met de dingen die ik kan blijven doen door niet altijd naar een acht of hoger te streven. Hierin heb ik toch een mooi evenwicht gevonden dacht ik zo!

Bronnen
What matters most is how you see yourself (z.j.). Verkregen van http://images.sodahead.com/polls/002498489/3926418756_woman_looking_in_mirror_xlarge.jpeg


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.

zondag 23 september 2012

Relatie teken-betekenis


De vrouw achter de foto
De foto hiernaast is de World Press Photo 2010 (The Telegraph, z.j.), gemaakt door Jodi Bieber. Op de foto is een 18-jarige vrouw afgebeeld, genaamd Bibi Aisha, uit de provincie Uruzgan in Afganistan. Bibi Aisha was op de vlucht voor haar geweldadige echtgenoot en verbleef bij haar familie. Op een nacht arriveerde de Taliban en zeiden Bibi dat ze voor het gerecht zou moeten komen. Nadat de Talibanse commadant dit uitgesproken had,  sneed haar schoonbroer haar de oren en neus af.  Bibi werd verlaten, maar later gered door hulpverleners van het Amerikaanse leger. Nu woont ze in de Verenigde Staten.

Drievoudige relatie
Voor de overzichtelijkheid en om het geheugen op te frissen zal ik nog een keer het schema met de drievoudige relaties tonen (Van Driel, persoonlijke communicatie, september 10, 2012). Aan de hand van de drievoudige semiotische relaties zal ik de foto nu gaan bespreken.

De foto is dominant iconisch, de afbeelding/het teken lijkt op het afwezige. Op de foto staat Bibi Aisha afgebeeld, gelijkend aan hoe ze poseerde voor de fotograaf. Het is tegenwoordig echter wel lastig na te gaan in hoeverre een foto iconisch is, doordat veel foto's tegenwoordig worden bewerkt met Photoshop of andere fotobewerkingsprogramma's.

De foto verwijst naar de fotograaf Jodi Bieber, iemand moet de foto gemaakt hebben, maar ook naar Bibi Aisha, het model voor de foto. Zonder de fotograaf en het model was de foto er niet geweest. De afbeelding die ik hier heb gebruikt is een replica van de originele foto, dat is de derde indexicale relatie.
Er kan een symbolische relatie gezien worden in de hoofddoek die het meisje draagt. Een dergelijke hoofddoek staat symbool voor het islamitische geloof. Hoewel ze de hoofddoek maar half draagt, en veel van haar haren te zien zijn. Dat is niet gebruikelijk voor islamieten. De hoofddoek doet me, gedragen op deze manier, meer denken aan een sluier. De kleuren van deze sluier, paars en roze, kunnen (vooral in de Westerse wereld) symbool staan voor homoseksualiteit. De afgesneden neus staat symbool voor geweld of ziekte. Niemand snijdt namelijk zelf voor de lol zijn neus eraf, er moet dus óf een goede medische reden voor zijn geweest, óf de vrouw is geweld aangedaan.

Bronnen

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.


donderdag 13 september 2012

Be-teken-is

Be-teken-is
In het woord 'betekenis' zit het woord 'teken'. Er is dan ook een sterk verband tussen een teken en betekenis. Om deze relatie te begrijpen, is het handig wanneer we een goed idee hebben van wat de begrippen 'betekenis' en 'teken' inhouden.
Hans van Driel (2012) kent drie kenmerken aan het begrip 'teken' toe:
  1. Een teken is waarneembaar, we kunnen het met een van onze zintuigen waarnemen. Dit betekent niet dat het per se leidt tot betekenisvorming, het kan zijn dat we het teken onbewust waarnemen. Een teken kan bijvoorbeeld vanzelfsprekend zijn: een schilderij dat altijd bij de tandarts hangt. Het valt ons pas op, als het schilderij verdwenen is.
  2. Een teken verwijst naar het 'afwezige'. Het woord 'paard' is geen paard, maar wanneer we het woord 'paard' lezen, kunnen we ons wel een voorstelling maken van een paard, ook al is het paard zelf niet aanwezig in het teken.
  3. Een teken functioneert in een gemeenschap. Er moet binnen een gemeenschap een overeenkomst zijn dat een teken ergens voor staat. In Nederland zijn wij het er over eens dat een vuist met een duim omhoog 'goedzo' betekent, maar in Nigeria of Australië is het een grove belediging (Schroevers, 2006), omdat zij het anders afgesproken hebben.
Een definitie 
Wanneer we ons afvragen wat de betekenis van een bepaald woord, object, gebeurtenis of handeling is, komen we in een zwart gat terecht. We kunnen namelijk maar moeilijk definiëren  wat betekenis zelf precies is. Van Dale Online (n.d.) geeft ons de volgende definitie:
be·te·ke·nis (de; v; meervoud: betekenissen) 1. inhoud, zin: de betekenis van een woord 2. belang, waarde: een zaak van (enige) betekenis
Echter, in deze definitie zit zelf twee maal het woord betekenis, dus het blijft nogal vaag. Dit antwoord geeft ons geen voldoening en dus zoeken we verder. 




Betekenis in de filosofie
In de filosofie is veel nagedacht over het concept 'betekenis'. Artistoteles (384-322 v. Chr.) verdeelde de werkelijkheid onder in tien categorieën waarmee hij alles in de wereld kon omschrijven. Aristoteles was van mening dat inzicht in het wezen der dingen niet buiten de zintuigelijke waarneming om kan.

Tien categorieën, dat is niet veel, maar meneer Peirce dacht: 'dit kan ik beter'. Hij kwam uit op drie categorieën om de wereld te beschrijven (Van Driel, persoonlijke communicatie, september 10, 2012): Firstness, Secondness en Thirdness (wat categorie-labels betreft was mr. Peirce inderdaad niet erg origineel). 
Firstness is de wereld van de mogelijkheden. Zo moet je op een bepaald moment in je leven een studie gaan kiezen, en zijn alle studies die jij kan kiezen de wereld aan mogelijkheden (zie afbeelding rechts). Maar dit geldt ook voor de kleinere dingen, zoals wat er in je kledingkast hangt als je 's morgens opstaat: dit is je keuze aan mogelijkheden voor wat je aan kunt trekken.
Secondness is de keuze in een bepaalde categorie. Wanneer je ervoor kiest om het boek 'Duizend schitterende zonnen' van Khaled Hosseini te lezen, kies je binnen de keus 'ik ga een boek lezen'. 
Thirdness staat voor patroonmatigheid in je keuzes. Zo kun je er altijd voor kiezen een blauw shirt aan te trekken, gewoon omdat je blauw een mooie kleur vindt. 

Drie soorten relaties
Nu we meer helder hebben wat beiden begrippen inhouden, kunnen we de relatie van het teken met het afwezige (de betekenis) bekijken (Van Driel, persoonlijke communicatie, september 10, 2012). Een teken kan als eerste een iconische relatie hebben met het afwezige. Dit wil zeggen dat het teken en het afwezige overeenkomstig zijn. De meeste beelden zijn iconisch, doordat ze lijken op hetgeen dat afgebeeld wordt. 
Ten tweede kan een teken een indexicale relatie hebben met een teken. Dit betekent dat zonder het één, het ander feitelijk niet kan bestaan. 'Waar rook is, is vuur', en andersom. 
De derde relatie is de symbolische relatie. Dit is geen werkelijke relatie, maar een relatie door afspraak. Een woord heeft van zichzelf geen relatie met het afwezige, maar wij spreken af naar wat het woord verwijst. In het schema hieronder (Van Driel, persoonlijke communicatie, september 10, 2012) zie je een overzicht van de relaties met het teken en het object:

In de volgende blog zal ik aan de hand van een 'teken' bovenstaand schema verduidelijken. 

Bronnen

Barbara van den Berg (n.d.). Verkregen van http://barbaravandenberg.blogspot.nl/p/illustraties.html

Geek vs Nerd (n.d.). Verkregen van http://www.mastersinit.org/geeks-vs-nerds/

Schroevers, S. (2006). Interculturele communicatie. Verkregen van http://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=wBLD0ISR-woC&oi=fnd&pg=PA7&dq=duim+omhoog++australie&ots=2fDScJCVX4&sig=pRy0qPrpPK_8fzfiqJ-E4YCrcxQ#v=onepage&q&f=false

Van Dale Online (n.d.). Verkregen van http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=betekenis&lang=nn


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.




zondag 9 september 2012

Samenleving 3.0: ontwerper van het nieuwe cultuur

Een veranderende cultuur
Boeken maken plaats voor E-books, collegeblokken worden vervangen door iPad’s en brieven schrijven naar je familie in het buitenland is niet meer nodig, want nu is er Skype. We zien het papier verdwijnen en beeldschermen ervoor terugkomen. Onze manier van communiceren verandert door nieuwe technologische ontwikkelingen.

Op dit moment zitten we in een fase waarin men op een andere manier gaat denken dan we vooraf altijd gedaan hebben. We zitten in de overgang van een schriftcultuur, naar een digitale cultuur die koers zet richting een digitale/orale cultuur. Dit past in het plaatje van onze veranderende samenleving, waarbij de schriftcultuur een metafoor is voor de samenleving 1.0 en de digitale cultuur voor de samenleving 3.0. In het filmpje hiernaast (MarketingGenius, 2012) wordt geïllustreerd hoe dit zich ontwikkelt in verschillende aspecten van ons leven.  


Het loslaten van zekerheid
Hans van Driel, docent kunst- en cultuurwetenschappen, herkent de verdwijning van de schriftcultuur bij hemzelf: ‘Waar ik vroeger met een rode pen spelfouten corrigeerde, zie ik de urgentie ervan steeds minder in. Ik, Hans van Driel, die ooit spellingcorrectie als zijn levenstaak zag’(Van Driel, 2012). We kunnen ons afvragen in hoeverre het een probleem is als een universitaire docent dit in zichzelf herkent. De schriftcultuur staat voor ordelijkheid, houvast, duidelijkheid, geregeldheid en helderheid. Betekent het dan dat we dit allemaal kwijtraken en in een grote onzekere bubbel terechtkomen?

Een nadeel van de digitale cultuur is dat de betrouwbaarheid van documenten verloren gaat. Dit heeft ten eerste maken met het orale aspect: iedereen kan snel informatie verspreiden. Een website als Wikipedia (Wikipedia, z.j.) speelt hier handig op in, maar minpunt is wel dat de informatie niet altijd gecontroleerd en juist is, zoals we dit van een boek van de bibliotheek wel mogen verwachten. Daarnaast merken we helaas steeds vaker dat kranten deze onjuiste informatie overnemen. Zoals Hans van Driel (Van Driel, 2012) al aangaf, zit de controleerdrang er niet meer zo sterk in. Kranten hollen met hun nieuws achter de sociale media aan, ze proberen een onmogelijk tempo bij te houden, waardoor het checken van de bronnen er regelmatig bij inschiet. Snelheid is belangrijker geworden dan juistheid. Een derde factor is de inzet van digitale middelen, die het gemakkelijk maken de boel op te lichten. Een voorbeeld hiervan is onderstaande foto.

Op het linkerbeeld, de oorspronkelijke foto, zien we voormalig Sovjetleider Lenin met rechts naast hem Trotsky, een van zijn medewerkers. Na de dood van Lenin streden hij en Stalin om de macht van de Sovjet Unie. Door het slimme spel wat Stalin speelde, werd hij de nieuwe politieke leider en werd Trotsky in 1927 naar Siberië verbannen. Stalin gaf opdracht Trotsky uit het verdere geheugen te wissen, dus ook van deze foto (Schippers, 2005). Het lijkt nu misschien alsof dit ver achter ons ligt, maar het bewerken van foto’s gebeurd nog steeds, zelfs door nieuwsbronnen zoals de krant. Er zijn ook verhalen bekend over foto’s van het ongeluk van prinses Diana, waarvan de foto niet juist zou zijn, en van de aanslagen in Madrid, waarbij sommige kranten een afgerukt lichaamsdeel ‘weggumden’ (Retouche en ethiek, z.j.).


De aandacht naar het individu
Toch kunnen we onszelf wel vinden in de nieuwe technische ontwikkelingen. Het draait namelijk om ons, als individu. In de sociale media kunnen we onszelf presenteren aan anderen. Vooral jongeren maken hier volop gebruik van. Ongeveer een kwart van de Nederlandse tien- tot negentienjarigen had in 2006 een profiel op een profielensite (Beeksma, 2006), en dat zijn er waarschijnlijk alleen maar meer geworden. Interesses, voorkeuren, foto’s, relaties en zelfbeschrijvingen zijn hierop te vinden. Daarbij komt dat deze netwerksites niet alleen handig zijn om onszelf te presenteren, maar dat we ook houden van het sociale contact dat deze ons bieden. Het is stukken gemakkelijker contact te houden met meerdere mensen, welke afstand of tijdzone dan ook overbrugd moet worden.

Verder is vrijwel alles is te personaliseren: van schoenen tot je bankpas. Je kiest zelf de kleuren, materialen of foto’s die je op het product afgebeeld wilt hebben. De individu heeft de kans om uniek te zijn en niet met de massa mee te lopen. 

Verschillende technologieën groeien naar elkaar toe. We kunnen televisie kijken op het internet, downloaden op Schiphol en kopers op eBay kunnen met elkaar bellen via Skype. Zowel wij als de verschillende media hebben er profijt van als zij hun krachten bundelen.


Waar bedrijven eerst de regie in handen hadden over de ontwikkeling van producten, heeft nu de consument het voor het zeggen. Het is niet meer zo dat ondernemingen een product creëren, en pas daarna de behoefte, waarbij ze de consument moesten laten geloven dat deze die bepaalde behoefte had. Hier trapt de consument niet meer in. Hij weet wat en hoe hij het wil. Marion Koopman, directeur van XS4ALL (in Beeksma, 2006), omschrijft dit verschijnsel als volgt: ‘Internet is ooit bedoeld als open plek voor vrije en ongecensureerde uitwisseling van informatie en ideeën. De afgelopen tien jaar boden websites echter vaak alleen informatie als eenrichtingsverkeer. De behoefte van het publiek is veranderd. Internetters willen meer sociaal contact en tweerichtingsverkeer’.

Vertrouwen in het nieuwe
Ook al is de veranderende cultuur misschien onzeker, nog niet goed gevormd en een beetje eng, uiteindelijk zullen we er veel voor terug krijgen. Het gaat namelijk om ons draaien, als individu. We zullen meer betrokken worden bij besluitvormingen en productieprocessen, en zullen minder opgelegd krijgen van bovenaf. We krijgen meer persoonlijke aandacht, en dat vinden we prettig. Dit betekent echter wel dat we de zekerheid die we nu hebben los moeten durven laten, en zelf kritisch moeten blijven om bijvoorbeeld de vertrouwelijkheid van een bericht in te schatten. Maar ook hier komen we wel uit: met het grote sociale netwerk dat we gecreëerd hebben is een uitgegumde arm op een nieuwsfoto zo achterhaald. 

Bronnen


Beeksma, J. (2006). De opkomende digitale cultuur. Verkregen van http://nl.scribd.com/doc/2170667/De-opkomende-digitale-cultuur

MarketingGenius. (2012, februari 2012). Did you know 3.0 (officially updated for 2012) HD [Video file]. Verkregen van http://www.youtube.com/watch?v=YmwwrGV_aiE&feature=related


Schippers, I. (2005). De betrouwbaarheid van het journalistieke beeld in het digitale tijdperk (doctoraal scriptie). Verkregen van http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2006-0324-081350/UUindex.html

Van Driel, H. (2012, juni 4). De schriftcultuur ter discussie [Web log post]. Verkregen van http://hvdriel.blogspot.nl/2012/06/de-schriftcultuur-ter-discussie.html

Wikipedia (z.j.). Verkregen van www.wikipedia.com



--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.

donderdag 30 augustus 2012

Iedereen een journalist?


Where is Gary?
In mei 2010 startte de belg Jean-Bapiste Dumont een zoektocht naar een roodharige oplichter genaamd ‘Gary’ (Where is Gary?, 2010). Gary had over heel Europa slachtoffers gemaakt door op vliegvelden aan reizigers te vragen of ze hem geld konden lenen. Tegen iedereen vertelde Gary hetzelfde verhaal: hij had geld nodig, om naar huis te kunnen reizen. Hij beloofde de reizigers het geld terug te betalen, maar niemand heeft ooit een cent terug gezien. Jean Bapiste Dumont was één van zijn slachtoffers, en besluit achter Gary aan te gaan. Hij is niet uit op wraak, maar wil weten wat de reden is achter dit bedrog. Hij start een website met interviews van oude slachtoffers, maar ook nieuwe slachtoffers kunnen zich melden en hun verhaal doen. Hierdoor ontstond een netwerk van burgers die een journalistiek verhaal doen (zie de video hieronder).


Journalistiek 3.0
Steeds vaker komt het voor dat de ‘gewone’ burger de journalist uit hangt. Deze nieuwe vorm van journalistiek door de burger noemen we ‘burgerjournalistiek’ of in het Engels ‘citizen journalism’ (Lewis, Kaufhold & Lasorsa, 2010). Voorbeelden hiervan zijn amateurvideo’s bij het nieuws, maar ook het verspreiden van nieuwsberichten via sociale media zoals Twitter, Youtube en Facebook.
 
De kranten bevorderden zelf deze ontwikkeling door de introductie van de multimedia krant op het internet. Hier kunnen nieuwslezers hun reacties geven, foto’s en video’s plaatsen, bloggen en zelfs nieuwsberichten plaatsen. Dit alles gaat in tegen de oude manier van werken: het behouden van autoriteit over de informatiestroom. Er wordt niet meer gecontroleerd van bovenaf,  maar de individu heeft het nieuws zelf in de hand. Dat er niet meer alleen top-down wordt gewerkt, maar ook bottom-up, zien we terug in allerlei aspecten van de samenleving. We zijn op weg naar een nieuwe vorm van samenleven, samenleven 3.0. Omdat de journalistiek tegenwoordig sterk afhankelijk is van allerlei moderne media, wordt deze hierin meegesleurd.  

De burgerjournalist, een bedreiging…
Waar verandering plaatsvindt, is kritiek. Niet iedereen is even blij met deze ontwikkeling, om verschillende redenen. Groot (in Okkinga, 2011) denkt dat de traditionele journalistiek zich bedreigt voelt. “Deze tijden kenmerken zich door de ‘enpowermentvan individuen. Mensen met hun mobieltjes, hun YouTubefilmpjes, hun blogs en hun kennis, zijn op ad-hoc basis gelijkwaardig aan grote nieuwsorganisaties” (Laroes, 2009). Dat de inbreng van een burger soms net zoveel gewaardeerd wordt als die van een opgeleide journalist, zorgt voor spanningen.

Daarbij heeft de burgerjournalist enkele zwakke punten (Reich, 2008). Ten eerste is de burgerjournalist geen onderdeel van een organisatie en vallen ze buiten de journalistieke kringen. Ze zijn niet gewenst op persconferenties, persreleases en worden niet op de hoogte gehouden van updates. Een tweede zwaktepunt is de inefficiëntie van hun werkverdeling. Burgerjournalisten vinden het vaak lastig een langere relatie te onderhouden met verschillende nieuwsrichtingen, waardoor ze constant op zoek zijn naar nieuwe onderwerpen en nieuwe bronnen. Als laatste heeft de burgerjournalist niet de journalistieke kennis van een professional. Ze missen niet alleen de juiste opleiding, maar leren ook minder snel binnen het vakgebied. Omdat de burgerjournalist meestal als ‘vrijwilliger’ te werk gaat, heeft deze niet genoeg tijd en is het productievermogen minder groot.

…of een verrijking?
De amateurjournalist heeft ook zijn sterke kanten (Reich, 2008). Burgerjournalisten zijn goed in verhalen die zij tegenkomen in technische of tekstuele bronnen (zoals het World Wide Web), persoonlijke ervaringen en persoonlijke kennis (Trigt in Okkinga, 2011). Het in de intro benoemde concept ‘Where is Gary?’(2010) is een voorbeeld een journalistieke zoekactie die voortkomt uit persoonlijke ervaringen en persoonlijke kennis. Verder zijn mensen geneigd een persoonlijk verhaal sneller te vertellen aan een bekende dan aan een onbekende, waardoor de inzet van een burgerjournalist handig kan zijn.

Burgerjournalisten kunnen met minimale inzet van tijd en geld hun werk doen. Ze richten zich namelijk op eenvoudige zaken, waarvoor geen bronnen ondervraagd, vergeleken en verwerkt moeten worden. Dit is logisch, omdat zij niet hun brood verdienen met het journalistiek werk. Hiermee hebben zij een streepje voor op de opgeleide journalist, die geld wil voor zijn werk en hier ook meer tijd in steekt.

Het meest belangrijke voordeel van de burgerjournalist is wel dat hij gebeurtenissen kan observeren vanuit de eerste hand. Bij calamiteiten, zoals bijvoorbeeld de aanslag op het WTC, zijn de daar aanwezige burgers erg belangrijk voor het nieuws. Zij kunnen ter plekke direct de situatie filmen, fotograferen of verslaan. Een professionele journalist moet eerst op de hoogte worden gebracht van de gebeurtenis, en moet zich vervolgens nog daarheen verplaatsen.


De toegevoegde waarde van de burgerjournalist is groot. Immers, meer weten meer dan één. Door de snelle communicatiemiddelen van tegenwoordig, is het voor de amateur gemakkelijk zijn kennis te verspreiden en voor de professional gemakkelijk deze kennis te vinden.

De ontwikkelingen in de techniek en in onze maatschappij zullen mede bepalen hoe deze wijze van journalistiek zich in de toekomst verder zal ontwikkelen. De traditionele journalistiek zal net zoals andere aspecten van onze samenleving zich aan moeten passen aan de nieuwe 3.0 situatie. De burgerjournalist zorgt er op dit moment namelijk voor dat meer stemmen aan de traditionele nieuwswereld worden toegevoegd, wat een bredere kijk geeft op de wereld (Meegdes, 2011). Op deze manier is de burgerjournalist geen bedreiging, maar een verrijking voor de journalistiek van nu.


Bronnen

Laroes, H. (2009). Publiek in de toekomst. Geraadpleegd op http://weblogs.nos.nl/hoofdredactie/2010/01/06/publiek-in-de-toekomst-2/

Lewis, S. C., Kaufhold, K. & Lasorsa, D. L. (2010). Thinking about citizen journalism.
Journalism Practice, 4, 163-179. Doi: 10.1080/1461670X.2011.557559


Meegdes, K. (2010). Camjo: warenhuis of gekkenhuis? Een analyse van de verschillen
tussen camjo-items en items gemaakt door een cameraploeg [masterscriptie]. Geraadpleegd op http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2011-0906-200721/Scriptie%20Karin%20Meegdes.pdf

Okkinga, A. E. (2011).  Journalisten: een bedreigde soort? Een onderzoek naar het gebruik
van publieksbijdragen binnen de NOS [masterscriptie]. Geraadpleegd op
http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2012-0221200448/Scriptie%20Albertine%20Okkinga.pdf

Reich, Z. (2008). How citizens create news stories. Journalism Studies, 9, 739-758. Doi:10.1080/14616700802207748

Where is Gary? (2010). Geraadpleegd op http://whereisgary.net/

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor optimaal leesgemak bekijk je mijn blog met Google Chrome.